dinsdag, november 09, 2004

Hoogdag in zijn hoofd


Iedere maandag, woensdag en vrijdag loop ik even door een hoofd met kronkelende gangen op een kamerbreed woordentapijt. Hoge ruiten laten de werkelijkheid in volle glorie binnen. In het midden zit hij, stil in een grote zetel en kijkt met wijde ogen die wereld in. Af en toe staat hij op, wandelt bedachtzaam naar de kast. Op de schappen liggen woorden, schijnbaar achteloos op kleine hoopjes. Hier en daar neemt hij er eentje vast, bekijkt het van alle kanten, wikt het, weegt het, proeft het, klopt erop om te horen hoe het klinkt. Soms legt hij het terug, soms lichten zijn ogen op en houdt hij het woord bij zich. Soms komt met één woord een hele slinger andere mee, aan elkaar vastgemaakt met ragfijne draadjes. Soms kleeft een beeld aan de tros.

Hij keert terug, zijn armen vol, en gaat zitten. Op de achtergrond klinkt zacht sirenengezang. Hij plukt nog een woord uit de lucht en begint aan zijn ingenieus vlechtwerk. Een rechthoekje komt te voorschijn, met daarin een brokje aangelengde poëzie of een stukje poëtisch geconcentreerd proza, klaar om de wereld te verbazen.

Maandag, woensdag en vrijdag, het zijn de hoogdagen van het Woord. Het woord van Bernard Dewulf*. Als ik ooit in een hoofd mag wonen, laat het dan het zijne zijn.

Al was het maar om te weten of bij hem ook alles ondersneeuwt, in het geval een stukje klaar is. Geen woord meer zichtbaar of vindbaar. En of de koude hem ook om het hart slaat, bang of er nog wel iets komt.

Maar zie, hìj zet zijn eerste stappen alweer, aarzelend in de krakende sneeuw die verdwijnt onder het licht van zijn klare blik.

* Bernard Dewulf schrijft stukjes voor de krant De Morgen op maandag, woensdag en vrijdag. Hij heeft ook een gedichtenbundel 'Waar de egel gaat', moeilijk vindbaar maar zeer het vinden waard.