zaterdag, juli 28, 2007

Kentering van een voornemen

Het druiste compleet in tegen voornemen 7 van de nieuwjaarslijst, maar aan de lokroep van een boek over liefde, passie én de vergankelijkheid van gevoelens kon ik met de beste wil van de wereld niet weerstaan. Tel daar bij op het feit dat de tip kwam van een nieuw verworven vriend – na de zin ‘Mag ik je wat vragen, wil jij vrienden met me worden?’ waren een handdruk en een verlegen glimlach gevolgd - en ik was helemaal verloren. Het boek kon niet snel genoeg in mijn bezit zijn.

Sàndor Màrai’s ‘Kentering van een huwelijk’ is alles wat ik ervan verwachtte. Eigenlijk een boek om tergend traag te lezen. Zin voor zin. Bij het punt gekomen, het boek in de schoot leggen en minutenlang, of zo lang nodig, voor je uit of naar het plafond staren, met het boek in de hand verdwalen in jezelf, zwerven langs vroeger verdriet en vergeelde vreugde. Maar dit boek lees ik hongerig en gulzig. Terwijl ik onderga hoe de schrijver bijt en troost tegelijkertijd, stuwen zijn zinnen me verder naar de volgende bladzijde, naar het volgende ‘zo-is-het’-moment. Want zo is grote literatuur, in staat dàt te verwoorden waarvan we tot dan niet wisten dat we het eigenlijk altijd al geweten hadden.

donderdag, juli 19, 2007

haiku (2)

tegen de stroom in
- slag na slag -
roeit fors de spaan,
de monding dichtbij

vrijdag, juli 13, 2007

Heimwee

Ik sta midden op de Brusselse Grote Markt en Will Tura heeft zo’n heimwee naar huis. Rondom mij luistert verenigd Vlaanderen naar zijn eigen André Hazes, nu kan het nog, de gele vlaggen in de aanslag, de adem ingehouden, de open mond vervuld van eerbied en ontzag. Huisvrouwen in het midden van hun leven lippen de tekst woord voor woord mee, zo zie ik op het grote scherm. Ook zij hebben zo’n heimwee naar huis.

Ik kijk om me heen en zie niets dat mij verrast. Geen exotisme hier, geen extravagantie, geen losgeslagenheid. Niets loopt over, of uit de hand, of naast de lijn.

Ik vraag me af wat er is gebeurd met het Vlaanderen in mij. Bijna 7 jaar Brussel heeft de Vlaamse klei herkneed. Andere elementen hebben zich aan de mix toegevoegd. Wat Brussels je-m’en-foutisme, wat Waalse laksheid, wat grootstedelijke flexibiliteit misschien. Gaandeweg is ‘wij’ veranderd in ‘zij’. Spaar ik het voor later, voor tijden van gebrek, wanneer herinneringen mij zullen moeten verstrooien? Is het nog springlevend maar ben ik enkel de weg erheen kwijt? Ben ik de verloren dochter die ooit terugkeren zal? Wanneer is die grens geboren tussen het vroegere Vlaamse ginder en het Brusselse hier en nu? Waar zijn wij aan het barsten gegaan?

‘Waar is thuis, Will?’, vraagt de presentator aan de zanger van ‘Vlaanderen mijn land’.
‘België’, antwoordt deze en mijn hart juicht. Er stijgt boe-geroep op uit het clubje afgeborstelde heren links van me. Ik kan het niet laten te denken dat ze bang en verkeerd stemmen en fluit hard op mijn vingers terug.

Tura mag dan al zo’n heimwee hebben naar huis, ik niet, denk ik, ik niet.